Theater maken is creatief zijn. Die creativiteit kan jongeren helpen om nieuwe oplossingen te vinden voor moeilijke situaties waarin ze zitten. Met Stichting FORMAAT helpt Luc Opdebeeck jongeren in Rotterdam Crooswijk hun creativiteit terug te vinden, waardoor niet alleen zijzelf, maar de hele wijk veerkrachtiger wordt. 'Op het moment dat je voor tachtig wijkbewoners een scène over etnisch profileren speelt, merk je dat je er niet alleen voorstaat.'

Portretfoto Luc
Luc Opdebeeck, theaterpedagoog bij Stichting FORMAAT

Rotterdam Crooswijk heeft twee gezichten. Waar in Nieuw Crooswijk woningen voor zes ton worden verkocht, vind je in Oud Crooswijk – een van de armste wijken van Nederland – vooral sociale woningbouw. Die ongelijkheid brengt ongenoegen met zich mee, waardoor polarisatie ontstaat. Toch zijn de Crooswijkers trots op hun wijk. Ze willen er niet weg. Het is hun gemeenschap. 

Iets verderop, aan de Westzeedijk in Delfshaven, is de werkplaats van Stichting FORMAAT van theaterpedagoog Luc Opdebeeck. Dertig jaar geleden werkte hij als ambulant hulpverlener met jongens die veel in coffeeshops rondhingen. ‘Op een avond nam ik ze mee naar een forumtheaterstuk over racisme. In zo’n stuk wordt een stelling gespeeld op het toneel, waarna de spelers het publiek vragen wat zij zouden doen als zoiets ze zou overkomen. Jongeren die normaal niets wilden, reageerden als een stier op een rode lap op het racisme dat werd nagespeeld. Ze wilden direct meedoen.’

Moeilijke gesprekken voeren

Voor Opdebeeck was het duidelijk: toegepast theater is dé manier om niet alleen met jongeren, maar met allerlei gemeenschappen in dialoog te gaan. In 2008 opende hij de werkplaats aan de Westzeedijk, waar hij met verschillende groepen mensen theater maakt over dingen waar zij tegenaan lopen in de samenleving. ‘Het gaat niet zozeer om het maken van mooie stukken’, legt hij uit. ‘Het gaat om het pedagogische effect. We voeren een dialoog over taboeonderwerpen, zoals discriminatie. Zulke moeilijke gesprekken moeten in een wijk gevoerd worden, anders kan het exploderen.’

'Het gaat niet zozeer om het maken van mooie stukken, het gaat om het pedagogische effect.'

Die gesprekken ontstaan niet zomaar. Pas als de groep elkaar vertrouwt, worden problemen bespreekbaar. ‘Daarvoor gebruiken we spelvormen, bijvoorbeeld één waarbij iemand de blinde is en iemand de begeleider. Na afloop vraag ik wat moeilijker was: blind zijn of begeleiden? En wanneer ben je blind in jouw eigen leven? Zo komen er verhalen los: iemand voelt zich blind als hij bij de gemeente komt, omdat hij bang is gekort te worden op zijn uitkering. Vervolgens nodig ik mensen uit hun eigen verhalen te delen. Daaruit ontstaat een collectief verhaal, iets wat we allemaal vinden. En dáár gaat het stuk over.’

‘De scène die ontstaat, presenteren we in buurthuizen, zorginstellingen of voor gemeenteambtenaren – waar het ook maar nodig is. Onze stukken lopen jammer genoeg altijd slecht af. Het is aan het publiek om het verhaal tot een goed einde te brengen. Vaak gebeurt er dan zoiets als met de jongeren uit de coffeeshop. Het publiek denkt: wacht eens, dat laat ik niet gebeuren!’

Portretfoto Yassine
Yassine Kacir, deelnemer theatertraject bij Stichting FORMAAT

Links of rechts

Sinds een aantal jaren werkt Opdebeeck ook met deze methode met de jongeren in Crooswijk. Met hulp van het jongerenwerk werft hij deelnemers voor het traject. ‘Die samenwerking is heel belangrijk, want zij bereiken de jongeren al. Het is een wisselwerking. Als ik gedurende het traject problemen signaleer die ik niet zelf kan oplossen, betrek ik het jongerenwerk erbij zodat zij hulp kunnen bieden.’ 

Een van die deelnemers is de 19-jarige Yassine. ‘Als kind was ik graag buiten, net als de meeste jongens in Crooswijk’, vertelt hij. ‘We moesten ook wel, want thuis was het te druk. Naast het pleintje waar we rondhingen, stonden oudere jongens met hun auto’s. We kregen twintig euro van hen om bij de supermarkt Redbull en snoep te halen. Het wisselgeld mochten we houden. Zo doe je steeds iets kleins, waarvoor je iets terugkrijgt. Op den duur vraagt een van die jongens je om een straat verderop nog iets te doen. Dat waren meestal geen goede zaken. Je ziet dat iedereen voor een keuze komt te staan: ga ik links of rechts?’

'Het is lastig als je het gevoel hebt dat je alleen met een probleem zit. Maar als je ziet dat meer mensen hetzelfde ervaren, kun je daarvan leren.'

Spelen is creatief zijn

Yassine besloot mee te gaan met jongerenwerkers en bracht veel tijd door bij welzijnsorganisatie DOCK. Zo kwam hij in aanraking met Stichting FORMAAT, waar hij in 2018 en 2019 meedeed aan het theatertraject. ‘Ik zag dat andere mensen tegen hetzelfde aanliepen als ik. Andere jongens mochten bijvoorbeeld thuis ook niet te veel verdienen met hun baantje, omdat hun ouders bang waren om op hun uitkering gekort te worden. Het is lastig als je het gevoel hebt dat je alleen met een probleem zit. Maar als je ziet dat meer mensen hetzelfde ervaren, kun je daarvan leren.’

‘Dat is volgens mij wat veerkracht is: het terugvinden van je creativiteit.’

‘Spelen is creatief zijn’, legt Opdebeeck uit. ‘Dat kan leiden tot het bedenken van nieuwe oplossingen. Dat is volgens mij wat veerkracht is: het terugvinden van je creativiteit. Het bijzondere van theater is ook dat het ons in staat stelt om van een afstand naar ons eigen leven te kijken.’ Dat ervoer de 18-jarige Rania ook, die voor de derde keer meedoet aan het traject. ‘Veel jongeren denken eerst dat theater niets voor ze is’, vertelt ze. ‘Maar na verloop van tijd merken ze dat ze het er over hun problemen kunnen hebben, terwijl ze dat in het echte leven misschien nooit zouden durven. Mensen bloeien daardoor echt op. En als je de verhalen van anderen hoort, ga je ze door andere ogen zien. Je krijgt meer respect voor elkaar.’

Yassince Kacir en Luc Opdebeeck in de werkplaats van FORMAAT
Yassince Kacir en Luc Opdebeeck in de werkplaats van FORMAAT

In gesprek met publiek

Rania: ‘We hebben het over veel onderwerpen gehad waarover vaak niet gesproken wordt in de wijk: discriminatie, meiden die lastiggevallen worden op straat en etnisch profileren. Het doel is altijd om dan meer begrip te creëren. Hopelijk leidt dat ook tot verandering in de wijk. Eén scène ging bijvoorbeeld over drie jongens die op straat stonden en zomaar door een politieagent om een ID-kaart werden gevraagd. Zo lokken politieagenten vaak reacties uit bij jongens die niets doen.’

Opdebeeck: ‘Als zoiets vijf keer is gebeurd, wil je de zesde keer misschien wel de agent op z’n neus slaan. Maar wat kun je verder doen? Welke handelingsalternatieven zijn er? We vragen het publiek die uit te proberen op het toneel, altijd vanuit het perspectief van de hoofdpersoon, van de jongere. Voor deze scène nodigden we politie, buurtbewoners en ouders uit. Wat kunnen we gezamenlijk doen om dit te voorkomen?’

Samenwerken belangrijker dan zelfredzaamheid

‘Op het moment dat je een scène hebt gespeeld voor tachtig mensen en in discussie bent gegaan over etnisch profileren, merk je dat je er niet alleen voor staat’, vertelt Opdebeeck. ‘Ik hoop dat de jongeren zich dat realiseren en daardoor veerkrachtiger worden. Samenwerken is belangrijker dan zelfredzaamheid. In zelfredzaamheid zit verborgen dat je jezelf moet kunnen redden. Voor jongeren is het belangrijk te ontdekken dat ze samen redzaam zijn.’

'In zelfredzaamheid zit verborgen dat je jezelf moet kunnen redden. Voor jongeren is het belangrijk te ontdekken dat ze samen redzaam zijn.'

Yassine en Rania volgen inmiddels allebei een opleiding tot persoonlijk begeleider. Sinds eind vorig jaar begeleidt Yassine zelf ook een groep jongeren bij Stichting FORMAAT. En ook Rania hoopt snel zelf aan de slag te kunnen met de methode. Yassine: ‘Ik merk dat professionals vaak over jongeren praten, in plaats van mét jongeren. Met dit traject breng je de visie van jongeren naar buiten. Alles wat er in het theater gebeurt, wordt gevormd door de deelnemers zelf. En als deelnemer leer je dat dingen pas beter worden als je ze bespreekbaar maakt.’ 

Reflectie

Femke Kaulingfreks: ‘Je ziet goed hoe er aandacht is voor de drie niveaus van veerkracht. Op individueel niveau werken ze aan talentontwikkeling: jongeren leren zich uitdrukken, luisteren en argumenteren. Door in de huid van een ander te kruipen, leren ze zich letterlijk te verplaatsen in de positie van een ander. Het is mooi om te zien hoe deze jongeren heel goed in staat zijn elkaar te complimenteren, steunen, motiveren en over drempels te helpen. Zo leren ze iets voor een ander te betekenen en worden ze in die rol serieus genomen. Dat geeft voldoening en versterkt hun zelfvertrouwen. Ondertussen helpen ze elkaar verder in dit project; ze doen het echt samen. Dat versterkt de veerkracht op gemeenschappelijk niveau. 

Op maatschappelijk niveau leren ze in de theateroefeningen hun eigen visie te vormen op grote maatschappelijke kwesties als racisme, kansenongelijkheid, uitsluiting en gentrificatie. Dat begint met hun eigen ervaringen. Daarna bekijken ze wat die ervaringen met maatschappelijke ontwikkelingen te maken hebben. Vervolgens krijgen ze de kans om zich vanuit een rol, in een situatieschets, uit te spreken over dit soort thema’s, terwijl er bijvoorbeeld beleidsmakers en politieagenten in de zaal zitten. Mensen die een rol hebben in het aanpakken van deze maatschappelijke kwesties. Zo kunnen ze zich uitspreken over dit soort thema’s, op hun eigen voorwaarde, in hun eigen taal en vanuit hun eigen beleving. En echt laten zien hoe dat voor hen voelt.’