Veerkrachtige jongeren kunnen beter omgaan met problemen en negatieve invloeden. Het vergroten van veerkracht is daarom een kansrijke manier om radicalisering te voorkomen. Maar hoe werk je op basis van veerkracht en waarom is die benadering zo belangrijk bij de aanpak van radicalisering? Hierover vertellen onderzoekers Femke Kaulingfreks en Stijn Sieckelinck, beiden experts op het gebied van jongeren en radicalisering.

Portretfoto Femke
Femke Kaulingfreks is politiek filosoof, antropoloog en lector Jeugd en Samenleving bij het domein Gezondheid, Sport en Welzijn aan de hogeschool Inholland.
Portretfoto Stijn
Stijn Sieckelinck is onderzoeker en lector Youth Spot jongerenwerk aan de Hogeschool van Amsterdam.

Femke Kaulingfreks en Stijn Sieckelinck onderzochten recentelijk de leidende principes om te werken aan veerkrachtige identiteitsvorming in de context van polarisatie en vervreemding. Dat deden ze aan de hand van zes casussen, opgetekend in het boek Dream Teams, samenwerken aan veerkrachtige identiteitsvorming van jongeren dat voor de zomer zal uitkomen. De onderzoekers vertellen wat zij onder veerkracht verstaan en waarom het belangrijk is aan veerkracht te werken in het voorkomen van radicalisering.

Veerkracht op drie niveaus

Veerkracht is in dit vakgebied een veelgehoorde term, maar wat houdt het eigenlijk in? Sieckelinck: 'Veerkracht is een eigenschap die ervoor zorgt dat je kan omgaan met snelle veranderingen en complexe situaties. Veerkrachtigheid zegt iets over hoe een individu of systeem omgaat met verlies of tegenslag, met iets dat niet gaat zoals je had gehoopt.' Kaulingfreks vult aan: 'Het gaat om de vraag hoe mensen en gemeenschappen na een heftige gebeurtenis kunnen terugveren of zich aanpassen aan de nieuwe situatie.'

Er wordt vaak gesproken over drie niveaus van veerkracht (zie het literatuuronderzoek "Handen ineen voor meer veerkracht bij jongeren” van Paul Mutsaers en Sibel Demir): 
•    Individuele veerkracht
•    Veerkracht op gemeenschapsniveau
•    Veerkracht op maatschappelijk niveau
Zowel individuen, als gemeenschappen en de maatschappij kunnen meer of minder veerkrachtig zijn. En ze staan niet los van elkaar, ze beïnvloeden en versterken elkaar.

'Veerkracht is een eigenschap die ervoor zorgt dat je kan omgaan met snelle veranderingen en complexe situaties.'

Individu in de gemeenschap

Individuele veerkracht gaat om eigenschappen en capaciteiten: hoe staat het met iemands zelfvertrouwen, mentale gesteldheid en kennis? Kaulingfreks: 'Maar de veerkracht van jongeren is sterk afhankelijk van hoe hun directe sociale omgeving is ingericht. Zijn er voldoende hulpbronnen, voldoende beschermende factoren aanwezig?' Die hulpbronnen kunnen fysiek, sociaal, psychologisch en cultureel zijn.
 
Bij fysieke hulpbronnen gaat het over materiële dingen als voldoende eten en vervoer naar school en werk. Psychologische en sociale hulpbronnen liggen dicht bij elkaar: zit je lekker in je vel en voel je je geborgen in je omgeving? Heb je genoeg zelfvertrouwen en zijn er mensen in je omgeving die dat zelfvertrouwen stimuleren? Culturele hulpbronnen hebben betrekking op de vrijheid die je ervaart om je cultuur uit te dragen op de plekken waar je vaak komt. 
 
Als dit soort hulpbronnen veelvuldig aanwezig zijn in een gemeenschap, dan is die in potentie veerkrachtig. Individuen in deze gemeenschap zullen ook eerder veerkrachtig zijn. 

Maatschappelijke tendensen

Op maatschappelijk niveau staat de samenwerking tussen verschillende gemeenschappen en instituties die een rol spelen in het leven van de jongere, zoals de school, de wijk of de sportclub, centraal en de toegang tot sociale voorzieningen. Ook maatschappelijke tendensen, het politieke klimaat en de mate van inspraak die je ervaart op politiek gebied beïnvloeden veerkracht. Grote maatschappelijke ontwikkelingen hebben veel invloed op jongeren zelf en hun directe sociale omgeving. 
 
Kaulingfreks: 'Denk aan kansen- en inkomensongelijkheid, discriminatie en polarisatie, waardoor jongeren uitsluiting of gebrek aan erkenning ervaren. Dat speelt op maatschappelijk niveau en dringt ook door in de gemeenschap, bijvoorbeeld op school. De veerkracht van de omgeving van een jongere kun je daarom alleen duurzaam positief beïnvloeden als je ook kijkt naar maatschappelijke ontwikkelingen.'

Foto van Stijn en Femke
Stijn Sieckelinck en Femke Kaulingfreks

Veerkracht op alle niveaus

Als je de veerkracht van jongeren wilt vergroten, is het van belang je te richten op al die drie niveaus. Sieckelinck: 'Als je alleen naar het individu kijkt en geen oog hebt voor de sociale omgeving van een kind en de maatschappelijke context waarin het opgroeit, dan bereik je veel minder resultaat. Het is van belang je af te vragen hoe je de sfeer tussen groepen positief kunt beïnvloeden. Leer scholieren bijvoorbeeld hoe ze een conflict aangaan en op een veilige manier oplossen.'
 
Kaulingfreks signaleert dat de nadruk vaak nog ligt op het versterken van individuele veerkracht. 'Er wordt nog weinig aandacht besteed aan het vinden van voldoende bronnen van veerkracht in de sociale omgeving en aan het werken aan gelijke toegang tot bronnen van veerkracht op maatschappelijk niveau. Dat is jammer. Het is echt belangrijk om te werken aan alle drie de niveaus.'

Van repressief naar positief

De term veerkracht is niet nieuw. Wel heeft er de afgelopen twintig jaar een verschuiving plaatsgevonden in de manier waarop veerkracht wordt toegepast in de radicaliseringsaanpak. In eerste instantie werkte men vooral repressief: denk aan het afnemen van paspoorten bij vermoedens van uitreis en de extra controle van individuen of specifieke groepen. Gaandeweg is de aanpak verschoven naar ‘zachtere’ maatregelen, vanuit een pedagogisch- en gezondheidsperspectief. Zo’n aanpak richt zich op het versterken van positieve en beschermende factoren. 

Het preventieclassificatiemodel van Amy-Jane geeft een overzicht van de verschillende fasen van preventie. Secundaire preventie richt zich daarbij op radicaliserende individuen. Primaire preventie op kwetsbare individuen of groepen en op voedingsbodems van radicalisering. 

'Jongeren die zich positief en constructief kunnen ontwikkelen, hebben veel minder snel behoefte aan betekenisgeving in de vorm van radicalisering.'

Met primaire preventie en een positieve benadering ga je radicalisering tegen op een eerder punt in het proces, wanneer nog geen behoefte is aan extreme vormen van betekenisgeving. Kaulingfreks: 'Jongeren die zich positief en constructief kunnen ontwikkelen, hebben veel minder snel behoefte aan betekenisgeving in de vorm van radicalisering.' Sieckelinck: 'Je richt je eigenlijk niet eens op het aanpakken van radicalisering. Je bereikt veel meer als je aan positieve identiteitsvorming werkt. Zo ontwikkel je samen met jongeren de tools die zij nodig hebben om zichzelf te ontplooien.'

Belang van veerkracht

Veerkrachtigheid is een essentiële eigenschap om jezelf staande te houden. Sieckelinck: 'Veerkracht is des te belangrijker in een tijd waarin zaken minder zeker zijn geworden en op losse schroeven zijn komen staan. Als er veel beweging zit in de wereld, wordt veerkracht een cruciale eigenschap van een systeem om zich daar goed toe te verhouden.' Sieckelinck heeft het bijvoorbeeld over de Black Lives Matter-protesten, de Capitoolbestorming in de VS en de coronacrisis. Dit soort gebeurtenissen veroorzaken maatschappelijk instabiele situaties die invloed hebben op hoe jongeren over de wereld denken. 

 'Je ziet nu dat de coronamaatregelen ervoor zorgen dat bepaalde zekerheden en toekomstperspectieven in het gedrang komen. Dat voelen mensen direct in hun persoonlijke situatie. Op sociale media kom je uiteenlopende verklaringen en denkbeelden tegen. Dat maakt dat sommige mensen zich nog meer zorgen gaan maken en van daaruit wantrouwig worden naar instituties als de overheid en de mainstream media.'

Als professional is het goed om te weten hoe je daarmee omgaat. Kaulingfreks: "Als je weet wat jongeren meemaken, hoe ze zich daarbij voelen en waarom ze bepaalde keuzes maken, dan kun je ze beter begeleiden."

Welke ideologie iemand aanhangt, is voor die begeleiding niet het belangrijkste, ervaren beide onderzoekers. Kaulingfreks ziet wel een ander risico: 'We kijken heel angstig naar islamitische jongeren. Bij hen duiden we ‘afwijkend’ gedrag te snel als teken van radicalisering, terwijl we dat bij extreemrechtse jongeren niet snel genoeg doen. Het gevoel dat je als ‘verdacht’ beoordeeld wordt, kan radicalisering juist in gang zetten. Door zo’n houding voelen jongeren zich in een buitencategorie gezet en bestempeld als gevaarlijk.'

'Als je weet wat jongeren meemaken, hoe ze zich daarbij voelen en waarom ze bepaalde keuzes maken, dan kun je ze beter begeleiden.'

De praktijk

Wat kun je hiermee als professional en hoe werk je op een constructieve manier aan de veerkracht van jongeren? Kaulingfreks: 'De essentie van een veerkrachtbenadering is wat mij betreft jongeren aanspreken op hun kracht en verbondenheid met hun omgeving. Zo’n positieve benadering helpt enorm bij het winnen van vertrouwen van jongeren en het verkleinen van afstand. Daarvoor moet je echt interesse tonen in de leefwereld van de jongere en je verdiepen in wat die jongere tegenkomt in zijn of haar omgeving.'

Die goede band is extra van belang als jongeren andere denkbeelden hebben dan jij, juist om te zorgen dat ze bekend raken met verschillende perspectieven. Sieckelinck: 'Negeer daarbij grote verschillen niet. Je mag best zeggen dat jij iets anders vindt. Leg wel goed uit waarom, en vraag jongeren ook waarom zij iets anders vinden. Vermijd het onderwerp niet om de goede vrede te bewaren.'
 
Sieckelinck benadrukt daarnaast het belang van bewustzijn over op welke van de drie niveaus van veerkracht je werkt en hoe dat aansluit bij inspanningen op andere niveaus.  Hij geeft een van de casussen uit het aankomende boek als voorbeeld: een Antwerpse school die te maken had met radicalisering en zelfs uitreizigers. De school concludeerde dat de oorzaak lag in het feit dat leerlingen zich niet thuis voelden op school. In plaats van zich enkel op de secundaire preventie van radicalisering te richten, heeft de school toen identiteitsvorming centraal gesteld. Ze zijn dus met primaire preventie aan de slag gegaan, door te werken rond vragen als: waar identificeer jij je mee, wat zie je als je eigen groep, en is er een groep die je als vijand ziet? Door opdrachten via kunstuitingen bleek dat deze leerlingen na aanslagen in Europa vooral bang waren, terwijl ze juist zelf als bedreiging werden gezien.

Dit voorbeeld toont aan hoe je bij het werken aan veerkracht ook aandacht kunt hebben voor de gemeenschappen waar jongeren deel van uitmaken, en voor de maatschappij. En hoe belangrijk dat is. Door je op alle drie de niveaus te richten kunnen alle betrokken partijen, organisaties en ook overheden hun verantwoordelijkheid nemen bij het versterken van veerkracht.
 

Verdieping en praktische tips

Lees voor meer verdieping op het gebied van de niveaus van veerkracht en vormen van preventie, de volgende publicaties:

Banner artikel 1

Femke Kaulingfreks en Stijn Sieckelinck deden onderzoek naar initiatieven rondom veerkrachtige identiteitsvorming, voor hun boek Dream Teams, samenwerken aan veerkrachtige identiteitsvorming van jongeren dat eind juni 2021 verschijnt bij Amsterdam University Press.