Veel gemeenten faciliteren lokale netwerken van aandachtsfunctionarissen radicalisering in het jeugddomein of het sociaal domein. Op uitnodiging van Platform JEP gaan de verantwoordelijke ambtenaren van de gemeenten Delft en Tilburg met elkaar in gesprek. Hoe hebben ze dit netwerk opgezet? Welke moeilijkheden komen ze daarbij tegen? En welke lessen hebben zij geleerd?

Michael Rol, veiligheidsadviseur gemeente Tilburg
Claire Boelema, netwerkregisseur radicalisering en polarisatie gemeente Delft

Ze komen elkaar af en toe tegen, bij bijeenkomsten of 'leerkringen' waarin gemeenten ervaringen uitwisselen. Michael Rol (adviseur veiligheid bij de gemeente Tilburg) en Claire Boelema (netwerkregisseur radicalisering en polarisatie bij de gemeente Delft) zien de meerwaarde van deze uitwisseling. Niet voor de grote verhalen van 'kijk eens hoe goed wij dit doen', maar voor de praktische tips en oplossingen.

Pionieren

Beide gemeenten zijn een paar jaar geleden begonnen met het faciliteren van een netwerk van aandachtsfunctionarissen radicalisering. In Delft hebben inmiddels zo'n tweehonderd professionals een driedaagse training over radicalisering en polarisatie gevolgd – vanuit onder meer het onderwijs, jongerenwerk, welzijnswerk, jeugdhulp en ggz. In Tilburg brengt het Netwerk SOMS (Sociale Onrust en Maatschappelijke Spanningen) professionals samen vanuit de zorg, onderwijs, gemeente, welzijnswerk, sport, handhaving en justitie.

De gemeenten begonnen hiermee in een periode waarin aandacht voor deze thema's nog enigszins nieuw was. Het was pionieren voor gemeenten die geconfronteerd werden met (potentiële) uitreizigers en met spanningen binnen gemeenschappen en in de (lokale) samenleving.

Gebruik wat er al is

‘Toen ik deze onderwerpen op mijn bordje kreeg, heb ik eerst een half uur een-op-een met de burgemeester gesproken’

In Tilburg koos de gemeente ervoor om niet eerst een uitgebreid plan op te stellen, maar om mensen bij elkaar te brengen. In die bijeenkomst kwam een wens vanuit het veld naar voren die leidend zou blijven in de ontwikkelingen in Tilburg: maak gebruik van wat er al is en ga niet nieuwe structuren optuigen. 'Soms zeggen mensen het netwerk helemaal niet te kennen', vertelt Rol. 'Maar vervolgens zeggen ze: als er iets speelt, dan stuur ik een mailtje naar die, en dan benaderen we die, en die heeft dan contact met die. Ja, dat is dus dat netwerk.'

Ook in Delft leeft de overtuiging dat een netwerk van aandachtsfunctionarissen – en in bredere zin het voorkomen en bestrijden van polarisatie, radicalisering en extremisme – moet aansluiten bij bestaande initiatieven en structuren. Voor weer een nieuwe aanpak of interventie hebben partners in het veld, bijvoorbeeld het onderwijs, vaak helemaal geen tijd. Dat is nog wel een zoektocht, vertelt Boelema. 'Soms kunnen algemene preventieprogramma's ook helpend zijn bij de preventie van radicalisering. Bijvoorbeeld een programma tegen groepsdruk. Samen met collega's van de afdeling samenleving bekijken we welke programma's we ook op deze manier kunnen inzetten.'

Jongerenwerk als laagdrempelige partner

Gemeenten kunnen verschillende rollen vervullen in een netwerk van aandachtsfunctionarissen. Dat geldt ook voor partners in het netwerk. Vaak is de lokale context hierin bepalend. Zo heeft in Tilburg het lokale jongerenwerk een leidende rol gekregen in het opzetten en onderhouden van het netwerk. ‘Het jongerenwerk bleek zelf al een training te hebben ontwikkeld voor zijn jongerenwerkers’, vertelt Rol. ‘Die training hebben we toen aangeboden aan het lokale netwerk.' Dit gaf de gemeente de mogelijkheid om het jongerenwerk naar voren te schuiven als laagdrempelige partner voor alle partijen in de stad. 'De jongerenwerkers werden de lokale experts om in vertrouwen mee te sparren. Ook omdat zij aanwezig zijn in de buurten, in de wijkcentra en op de scholen.'

Terugkomdagen

‘Soms kunnen algemene preventie- programma's ook helpend zijn bij de preventie van radicalisering’

Beide gemeenten hebben de aandachtsfunctionarissen radicalisering bij de verschillende organisaties getraind. Deze trainingen vinden in gemengde groepen plaats, zodat aandachtsfunctionarissen dezelfde taal gaan spreken en elkaars posities en achtergronden leren kennen. Dit moet de samenwerking in de praktijk gemakkelijker maken.

Daarvoor is het wel belangrijk dat aandachtsfunctionarissen elkaar blijven tegenkomen. Beiden zijn nog op zoek naar de beste manieren om de samenwerking 'levend te houden'. 'In Delft organiseren we jaarlijks een terugkomdag voor alle aandachtsfunctionarissen', vertelt Boelema. 'Maar we hebben gemerkt dat dat te weinig is. Nu willen we terugkomdagdelen organiseren, twee per jaar. Daarin willen we de aandachtsfunctionarissen meer aan elkaar koppelen. Want bij de ene organisatie loopt het beter dan bij de andere. Hoe heb je dat gedaan? Hoe heb je jouw directie zo ver gekregen? En wat heb je daarvoor nodig?'

In Tilburg merkt Rol dat alleen het bij elkaar brengen van de aandachtsfunctionarissen op een bepaald moment niet meer genoeg is. 'Dan moeten we ook iets te bieden hebben. Bij ons is er bijvoorbeeld behoefte aan een goede beschrijving van hoe een casus loopt. Als een aandachtsfunctionaris iets meldt, wat gebeurt er dan? Wat kan hij verwachten, wat komt er eventueel op hem af?'

Stevige positie voor aandachtsfunctionarissen

De ondersteuning van de aandachtsfunctionarissen gaat niet alleen over de inhoud van hun werk, zoals het duiden van signalen van mogelijke radicalisering of het bespreekbaar maken van gevoelige thema's. Aandachtsfunctionarissen radicalisering moeten ook een stevige positie hebben in hun eigen organisaties, benadrukken Boelema en Rol. Alleen dan kunnen zij als 'ambassadeurs' intern het thema op de agenda houden.

Boelema ziet dat dit knap lastig kan zijn voor aandachtsfunctionarissen. Zo hoort ze van aandachtsfunctionarissen die flinke discussies moeten voeren met directe collega's over nut en noodzaak van het werken aan deze thema's. Of met leidinggevenden. 'Ze krijgen steeds meer moeite om tijd te claimen voor bijvoorbeeld training of scholing. Directies zien dat er geen uitreizigers meer zijn en denken dat het probleem van radicalisering en polarisatie weg is.'

Vanuit de gemeente proberen Boelema en Rol praktische ondersteuning te geven: goede ervaringen delen, aandachtsfunctionarissen met anderen in contact brengen, samen in gesprek gaan met een bestuur. Rol refereert aan het gevoel van 'professionele eenzaamheid', dat hij ziet bij aandachtsfunctionarissen. Soms is het belangrijk dat je de aandachtsfunctionaris een steuntje in de rug geeft en laat zien dat ze er niet alleen voor staan.

Bewustzijn creëren

Organisaties moeten zich ervan bewust zijn dat dit thema ook van hen is. Dit verantwoordelijkheidsgevoel is er zeker bij veel organisaties in het jeugddomein en sociaal domein, maar is tegelijkertijd ook kwetsbaar en kan zo wegebben. Tilburg en Delft proberen op verschillende manieren dit bewustzijn te creëren en te behouden bij hun partners.

Zo maakt Boelema gebruik van de 'natuurlijke momenten' in de actualiteit, zoals een aanhouding van terreurverdachten. 'Mensen schrikken dan en denken: ‘Oh, het is er dus toch nog.’ Dan kunnen wij weer het gesprek aangaan. ‘Jullie hebben nu één aandachtsfunctionaris voor vier locaties, wij zouden graag op elke locatie een aandachtsfunctionaris hebben.’

Een andere manier is om organisaties te verleiden dit thema op te nemen in hun beleidsplannen of veiligheidsplannen. De gemeente kan organisaties vaak niet verplichten om aandacht te hebben voor dit thema. Boelema gaat daarom vooral in gesprek over hoe de gemeente hierbij kan ondersteunen. Bijvoorbeeld bij het implementeren van een stappenplan voor het delen en melden van signalen van mogelijke radicalisering. Het is zeker niet altijd succesvol, maar Boelema ziet wel dat de gemeente meer ingangen krijgt. 'Zo zijn we bijvoorbeeld ook in gesprek met de TU Delft. Daar lopen meer dan 20.000 studenten rond. Het is belangrijk dat ook zij oog hebben voor deze thema's.'

Vuist op tafel

‘De jongerenwerkers werden de lokale experts om in vertrouwen mee te sparren’

De gemeente heeft in dit alles een unieke positie, zien Boelema en Rol, doordat zij in het brede sociale domein én het veiligheidsdomein grote verantwoordelijkheden heeft. De instrumenten die de gemeente daarbij voorhanden heeft, zijn vooral gericht op het faciliteren, mensen met elkaar in contact brengen, ondersteunen, en de regie voeren. Maar soms ook met de vuist op tafel slaan, zegt Michael Rol. De gemeente is immers wel verantwoordelijk voor de leefomgeving, de openbare orde en veiligheid, en een goede ondersteuning aan kinderen, jongeren en gezinnen. 'Als een instelling dan min of meer zegt: ‘Ik bepaal alleen zelf wat ik aan de preventie van radicalisering ga doen’, dan moet je als gemeente daarover wel een gesprek aan durven gaan.'
 

Platform JEP biedt gemeenten de mogelijkheid om voor hun ketenpartners een werkatelier te organiseren over het delen van informatie bij mogelijke radicalisering. Dit werkatelier versterkt het lokale netwerk. Ook geeft het de gemeente meer inzicht in de worstelingen van professionals rond dit thema en de mogelijke oplossingen. Kijk voor meer informatie op de website van Platform JEP.

Interne samenwerking

Boelema en Rol werken allebei vanuit de afdeling veiligheid van hun gemeenten. Juist bij de preventie van polarisatie, radicalisering en extremisme is het belangrijk dat het sociaal domein en het veiligheidsdomein goed met elkaar samenwerken. Dat geldt ook intern binnen de gemeente. Op de vraag of zij hun werk ook vanuit het sociaal domein zouden kunnen doen, reageren beiden aarzelend. 'Het kan in ieder geval niet zonder veiligheid', antwoordt Rol. In Delft helpt het dat de afdelingen veiligheid en samenleving onder dezelfde directeur vallen. Maar dan nog is de samenwerking soms lastig, ziet Boelema, die zelf een achtergrond heeft in zowel de politie als het jongerenwerk. 'We hebben echt andere definitiebepalingen. Voor ons zit er altijd een veiligheidsaspect aan het uiteindelijke doel. Bij samenleving hebben ze daar een ander beeld bij.'

Naast goede samenwerking is ook bestuurlijk draagvlak binnen de gemeente essentieel, benadrukken beiden. 'Toen ik deze onderwerpen op mijn bordje kreeg, heb ik eerst een half uur een-op-een met de burgemeester gesproken', vertelt Rol. 'Dat raad ik iedereen aan om te doen. In dit werk moet je buiten de gebaande paden durven gaan. Dan wil je wel zeker weten dat je geen dingen zegt of doet waarmee jouw bestuur het niet eens is. Niet om jezelf in te dekken, maar anders krijg je het niet voor elkaar.'

Borging

Ten slotte komt het gesprek op borging: hoe kan een gemeente de inspanningen die nu worden verricht een duurzame plek geven? Boelema ziet dat dit in Delft op verschillende manieren gebeurt. 'Met de landelijke versterkingsgelden hebben we vanuit veiligheid dingen kunnen uitproberen. Nu proberen we een aantal projecten, bijvoorbeeld over weerbaar opvoeden, te borgen binnen de afdeling samenleving.' Sommige initiatieven kunnen breder worden ingezet, zoals de regie over het lokale netwerk. 'We hebben het netwerk opgezet in het kader van radicalisering. Maar misschien kunnen we het ook gebruiken voor bijvoorbeeld de aanpak van georganiseerde criminaliteit.'

Michael Rol beaamt dit. 'Specifiek voor radicalisering hebben we per saldo maar heel weinig nieuwe of extra dingen nodig.' In Tilburg ziet hij dat voor partners in het lokale netwerk de samenwerking vanzelfsprekender wordt, door de ervaring van de afgelopen jaren. 'Ook zij zien er de meerwaarde van in en zijn het meer gaan verweven in hun reguliere werk.'

Lessen uit de ervaringen in Delft en Tilburg

  • Om organisaties en professionals mee te krijgen in de lokale aanpak is het raadzaam gebruik te maken van de samenwerkingsverbanden die er al zijn, en geen nieuwe structuren op te tuigen.
  • Voor een actief lokaal netwerk van aandachtsfunctionarissen is het belangrijk dat aandachtsfunctionarissen elkaar regelmatig tegenkomen en elkaar praktisch ondersteunen.
  • Aandachtsfunctionarissen voelen zich soms eenzaam binnen hun eigen organisatie. Ondersteuning vanuit de gemeente en van collega-aandachtsfunctionarissen helpt hen om intern meer draagvlak te krijgen voor de preventie van radicalisering.
  • Gemeenten hebben verschillende rollen en instrumenten in het sociaal domein en het veiligheidsdomein. Het is zaak op de juiste momenten gebruik te maken van de meest effectieve instrumenten en werkwijzen.
  • Er zijn verschillende manieren om de initiatieven voor de preventie van radicalisering een duurzame plek te geven in de gemeente. Bijvoorbeeld door projecten op te nemen in het reguliere aanbod van de gemeente, of door deze initiatieven ook voor andere thema's in te zetten.